Exodus 4:1-3

NBV

1Weer maakte Mozes bezwaar. 'Ze zullen me vast niet geloven en niet naar me luisteren, 'zei hij. 'Ze zullen zeggen: "De HEER is helemaal niet aan jou verschenen."'
2De HEER vroeg: 'Wat heb je daar in je hand?' 'Een staf, 'antwoordde Mozes.
3'Gooi hem op de grond, 'beval de HEER, en toen Mozes dat deed, veranderde de staf in een slang. Mozes deinsde achteruit,

SV

1Toen antwoordde Mozes, en zeide: Maar zie, zij zullen mij niet geloven, noch mijn stem horen; want zij zullen zeggen: De HEERE is u niet verschenen!
2En de HEERE zeide tot hem: Wat is er in uw hand? En hij zeide: Een staf.
3En Hij zeide: Werp hem ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vlood van haar.

KJV

1And Moses answered and said, But, behold, they will not believe me, nor hearken unto my voice: for they will say, The LORD hath not appeared unto thee.
2And the LORD said unto him, What is that in thine hand? And he said, A rod.
3And he said, Cast it on the ground. And he cast it on the ground, and it became a serpent; and Moses fled from before it.