Exodus 1:1-7

SV

1Dit nu zijn de namen der zonen van Israel, die in Egypte gekomen zijn, met Jakob; zij kwamen er in, elk met zijn huis.
2Ruben, Simeon, Levi, en Juda;
3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;
4Dan en Nafthali, Gad en Aser.
5Al de zielen nu, die uit Jakobs heup voortgekomen zijn, waren zeventig zielen; doch Jozef was in Egypte.
6Toen nu Jozef gestorven was, en al zijn broeders, en al dat geslacht,
7Zo werden de kinderen Israels vruchtbaar en wiesen overvloedig, en zij vermeerderden, en werden gans zeer machtig, zodat het land met hen vervuld werd.

KJV

1Now these are the names of the children of Israel, which came into Egypt; every man and his household came with Jacob.
2Reuben, Simeon, Levi, and Judah,
3Issachar, Zebulun, and Benjamin,
4Dan, and Naphtali, Gad, and Asher.
5And all the souls that came out of the loins of Jacob were seventy souls: for Joseph was in Egypt already.
6And Joseph died, and all his brethren, and all that generation.
7And the children of Israel were fruitful, and increased abundantly, and multiplied, and waxed exceeding mighty; and the land was filled with them.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.