Efeze 5:22-32

NBV

22Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer,
23want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat hij gered heeft.
24En zoals de kerk het gezag van Christus erkent, zo moeten vrouwen in ieder opzicht het gezag van hun man erkennen.
25Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven
26om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden
27en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver.
28Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.
29Niemand haat ooit zijn eigen lichaam, integendeel: men voedt en verzorgt het, zoals Christus de kerk,
30want dat is zijn lichaam en wij zijn de ledematen.
31'Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één lichaam zijn.'
32Dit mysterie is groot-en ik betrek het op Christus en de kerk.

SV

22Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere;
23Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams.
24Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles.
25Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;
26Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord;
27Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.
28Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die heeft zichzelven lief.
29Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heere de Gemeente.
30Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.
31Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen.
32Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.

KJV

22Wives, submit yourselves unto your own husbands, as unto the Lord.
23For the husband is the head of the wife, even as Christ is the head of the church: and he is the saviour of the body.
24Therefore as the church is subject unto Christ, so let the wives be to their own husbands in every thing.
25Husbands, love your wives, even as Christ also loved the church, and gave himself for it;
26That he might sanctify and cleanse it with the washing of water by the word,
27That he might present it to himself a glorious church, not having spot, or wrinkle, or any such thing; but that it should be holy and without blemish.
28So ought men to love their wives as their own bodies. He that loveth his wife loveth himself.
29For no man ever yet hated his own flesh; but nourisheth and cherisheth it, even as the Lord the church:
30For we are members of his body, of his flesh, and of his bones.
31For this cause shall a man leave his father and mother, and shall be joined unto his wife, and they two shall be one flesh.
32This is a great mystery: but I speak concerning Christ and the church.