Efeze 5:1-13

SV

1Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen;
2En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.
3Maar hoererij en alle onreinigheid, of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden, gelijkerwijs het den heiligen betaamt,
4Noch oneerbaarheid, noch zot geklap, of gekkernij, welke niet betamen; maar veelmeer dankzegging.
5Want dit weet gij, dat geen hoereerder, of onreine, of gierigaard, die een afgodendienaar is, erfenis heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.
6Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.
7Zo zijt dan hun medegenoten niet.
8Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts.
9(Want de vrucht des Geestes is in alle goedigheid, en rechtvaardigheid, en waarheid),
10Beproevende wat den Heere welbehagelijk zij.
11En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer.
12Want hetgeen heimelijk van hen geschiedt, is schandelijk ook te zeggen.
13Maar al deze dingen, van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt, is licht.

KJV

1Be ye therefore followers of God, as dear children;
2And walk in love, as Christ also hath loved us, and hath given himself for us an offering and a sacrifice to God for a sweetsmelling savour.
3But fornication, and all uncleanness, or covetousness, let it not be once named among you, as becometh saints;
4Neither filthiness, nor foolish talking, nor jesting, which are not convenient: but rather giving of thanks.
5For this ye know, that no whoremonger, nor unclean person, nor covetous man, who is an idolater, hath any inheritance in the kingdom of Christ and of God.
6Let no man deceive you with vain words: for because of these things cometh the wrath of God upon the children of disobedience.
7Be not ye therefore partakers with them.
8For ye were sometimes darkness, but now are ye light in the Lord: walk as children of light:
9For the fruit of the Spirit is in all goodness and righteousness and truth;)
10Proving what is acceptable unto the Lord.
11And have no fellowship with the unfruitful works of darkness, but rather reprove them.
12For it is a shame even to speak of those things which are done of them in secret.
13But all things that are reproved are made manifest by the light: for whatsoever doth make manifest is light.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.