2 Korinthe 6:11-14

SV

11Onze mond is opengedaan tegen u, o Korinthiers, ons hart is uitgebreid.
12Gij zijt niet nauw in ons, maar gij zijt nauw in uw ingewanden.
13Nu, om dezelfde vergelding te doen,, ik spreek als tot mijn kinderen) zo wordt gij ook uitgebreid.
14Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?

KJV

11O ye Corinthians, our mouth is open unto you, our heart is enlarged.
12Ye are not straitened in us, but ye are straitened in your own bowels.
13Now for a recompence in the same, (I speak as unto my children,) be ye also enlarged.
14Be ye not unequally yoked together with unbelievers: for what fellowship hath righteousness with unrighteousness? and what communion hath light with darkness?
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.