2 Korinthe 12:2-4

NBV

2Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd-in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen.
3Maar ik weet dat deze man-in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen-
4werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken.

SV

2Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het geschied zij in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel;
3En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam geschied zij, weet ik niet, God weet het),
4Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken.

KJV

2I knew a man in Christ above fourteen years ago, (whether in the body, I cannot tell; or whether out of the body, I cannot tell: God knoweth;) such an one caught up to the third heaven.
3And I knew such a man, (whether in the body, or out of the body, I cannot tell: God knoweth;)
4How that he was caught up into paradise, and heard unspeakable words, which it is not lawful for a man to utter.