Open de Bijbel

2 Koningen 6:1-3
NBV1 Op zekere dag zeiden de leden van de profetengemeenschap tegen Elisa: 'Het gebouw waarin wij met u wonen is te klein voor ons allen, zoals u ziet. 2 Laten we naar de Jordaan gaan en daar boomstammen halen om een nieuw onderkomen te bouwen.' 'Ga je gang, 'zei Elisa. 3 Maar een van de profeten zei: 'Doet u ons een genoegen, heer, en ga met ons mee.' 'Goed, 'zei Elisa Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV1 En de kinderen der profeten zeiden tot Elisa: Zie nu, de plaats, waar wij wonen voor uw aangezicht, is voor ons te eng. 2 Laat ons toch tot aan de Jordaan gaan, en elk van daar een timmerhout halen, dat wij ons daar een plaats maken, om er te wonen. En hij zeide: Gaat heen. 3 En er zeide een: Het believe u toch te gaan met uw knechten. En hij zeide: Ik zal gaan.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV1 And the sons of the prophets said unto Elisha, Behold now, the place where we dwell with thee is too strait for us. 2 Let us go, we pray thee, unto Jordan, and take thence every man a beam, and let us make us a place there, where we may dwell. And he answered, Go ye. 3 And one said, Be content, I pray thee, and go with thy servants. And he answered, I will go.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version