2 Koningen 5:2-3

NBV

2Nu hadden de Arameeërs op een van hun strooptochten uit Israël een jong meisje meegevoerd, dat als slavin diende bij de vrouw van Naäman.
3Zij zei tegen haar meesteres: 'Ach, kon mijn meester maar eens naar de profeet in Samaria gaan, die zou hem wel genezen.'

SV

2En er waren benden uit Syrie getogen, en hadden een kleine jonge dochter uit het land van Israel gevankelijk gebracht, die in den dienst der huisvrouw van Naaman was.
3Deze zeide tot haar vrouw: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen.

KJV

2And the Syrians had gone out by companies, and had brought away captive out of the land of Israel a little maid; and she waited on Naaman's wife.
3And she said unto her mistress, Would God my lord were with the prophet that is in Samaria! for he would recover him of his leprosy.