1 Samuel 26:8-9

NBV

8'Vandaag heeft God je vijand aan je uitgeleverd, 'zei Abisai tegen David. 'Laat mij hem met zijn eigen speer aan de grond nagelen. Eén gerichte stoot en het is met hem gedaan.'
9'Nee, dood hem niet, 'antwoordde David. 'Niemand heft ongestraft zijn hand op tegen de gezalfde van de HEER.

SV

8Toen zeide Abisai tot David: God heeft heden uw vijand in uw hand besloten; laat mij toch hem nu met de spies op eenmaal ter aarde slaan, en ik zal het hem niet ten tweeden male doen.
9David daarentegen zeide tot Abisai: Verderf hem niet; want wie heeft zijn hand aan den gezalfde des HEEREN gelegd, en is onschuldig gebleven?

KJV

8Then said Abishai to David, God hath delivered thine enemy into thine hand this day: now therefore let me smite him, I pray thee, with the spear even to the earth at once, and I will not smite him the second time.
9And David said to Abishai, Destroy him not: for who can stretch forth his hand against the LORD'S anointed, and be guiltless?