1 Kronieken 6:22-27, 34

NBV

22(6:7) Nakomelingen van Kehat: Kehat was de vader van Amminadab, die de vader was van Korach, de vader van Assir,
23(6:8) de vader van Elkana, de vader van Ebjasaf, de vader van Assir,
24(6:9) de vader van Tachat, de vader van Uriël, de vader van Uzzia, de vader van Saül.
25(6:10) Zonen van Elkana: Amasai, Achimot
26(6:11) en Elkana. Nakomelingen van Elkana: Elkana was de vader van Sofai, die de vader was van Nachat,
27(6:12) de vader van Eliab, de vader van Jerocham, de vader van Elkana.
34(6:19) de zoon van Elkana, de zoon van Jerocham, de zoon van Eliël, de zoon van Toach,

SV

22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;
23Zijn zoon Elkana; en zijn zoon Ebjasaf; en zijn zoon Assir;
24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.
25De kinderen van Elkana nu waren Amasia en Ahimoth.
26Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;
27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.
34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

KJV

22The sons of Kohath; Amminadab his son, Korah his son, Assir his son,
23Elkanah his son, and Ebiasaph his son, and Assir his son,
24Tahath his son, Uriel his son, Uzziah his son, and Shaul his son.
25And the sons of Elkanah; Amasai, and Ahimoth.
26As for Elkanah: the sons of Elkanah; Zophai his son, and Nahath his son,
27Eliab his son, Jeroham his son, Elkanah his son.
34The son of Elkanah, the son of Jeroham, the son of Eliel, the son of Toah,