1 Kronieken 25:4-5

NBV

4Uit de familie van Heman: Hemans zonen Bukkiahu, Mattanja, Uzziël, Sebuël en Jerimot, Chananja, Chanani, Eliata, Giddalti en Romamti-Ezer, Josbekasa, Malloti, Hotir en Machaziot.
5Zij waren de zonen van Heman, de ziener van de koning, die de woorden van God kon duiden en ze kracht bijzetten. (God schonk Heman veertien zonen en drie dochters.)

SV

4Aangaande Heman: de kinderen van Heman waren Bukkia, Mattanja, Uzziel, Sebuel, en Jerimoth, Hananja, Hanani, Eliatha, Giddalti, en Romamthi-Ezer, Josbekasa, Mallothi, Hothir, Mahazioth.
5Deze allen waren kinderen van Heman, den ziener des konings, in de woorden Gods, om den hoorn te verheffen; want God had Heman veertien zonen gegeven, en drie dochters.

KJV

4Of Heman: the sons of Heman; Bukkiah, Mattaniah, Uzziel, Shebuel, and Jerimoth, Hananiah, Hanani, Eliathah, Giddalti, and Romamtiezer, Joshbekashah, Mallothi, Hothir, and Mahazioth:
5All these were the sons of Heman the king's seer in the words of God, to lift up the horn. And God gave to Heman fourteen sons and three daughters.