Open de Bijbel

1 Corinthiërs 1:26-29
NBV 26 Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters. Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren. 27 Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; 28 wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat w‚l iets is teniet te doen. 29 Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen. Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 26 Want gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen. 27 Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen; 28 En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken; 29 Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 26 For ye see your calling, brethren, how that not many wise men after the flesh, not many mighty, not many noble, are called: 27 But God hath chosen the foolish things of the world to confound the wise; and God hath chosen the weak things of the world to confound the things which are mighty; 28 And base things of the world, and things which are despised, hath God chosen, yea, and things which are not, to bring to nought things that are: 29 That no flesh should glory in his presence.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version