1 Korinthe 13:4-8

NBV

4De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.
5Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan,
6ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid.
7Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
8De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan-

SV

4De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;
5Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;
6Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;
7Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.
8De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.

KJV

4Charity suffereth long, and is kind; charity envieth not; charity vaunteth not itself, is not puffed up,
5Doth not behave itself unseemly, seeketh not her own, is not easily provoked, thinketh no evil;
6Rejoiceth not in iniquity, but rejoiceth in the truth;
7Beareth all things, believeth all things, hopeth all things, endureth all things.
8Charity never faileth: but whether there be prophecies, they shall fail; whether there be tongues, they shall cease; whether there be knowledge, it shall vanish away.