Open de Bijbel

Markus 15:25-32
NBV 25 Het was in het derde uur na zonsopgang toen ze hem kruisigden. 26 Het opschrift met de aanklacht tegen hem luidde: ‘De koning van de Joden’. 27 Samen met hem kruisigden ze twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. 29 De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Ach, kijk nu toch eens! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, 30 red jezelf toch door van het kruis af te komen.’ 31 Ook de hogepriesters en de schriftgeleerden maakten onder elkaar zulke spottende opmerkingen: ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet; 32 laat die messias, die koning van Israël, nu van het kruis afkomen. Als we dat zien, zullen we geloven!’ Ook de twee andere gekruisigden beschimpten hem. Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 25 En het was de derde ure, en zij kruisigden Hem. 26 En het opschrift Zijner beschuldiging was boven Hem geschreven: De KONING DER JODEN. 27 En zij kruisigden met Hem twee moordenaars, een aan Zijn rechter zijde, en een aan Zijn linker zijde. 28 En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend. 29 En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende: Ha! Gij, die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, 30 Behoud Uzelven, en kom af van het kruis. 31 En insgelijks ook de overpriesters, met de schriftgeleerden, zeiden tot elkander, al spottende: Hij heeft anderen verlost; Zichzelven kan Hij niet verlossen. 32 De Christus, de Koning Israels, kome nu af van het kruis, opdat wij het zien en geloven mogen. Ook die met Hem gekruist waren, smaadden Hem.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 25 And it was the third hour, and they crucified him. 26 And the superscription of his accusation was written over, THE KING OF THE JEWS. 27 And with him they crucify two thieves; the one on his right hand, and the other on his left. 28 And the scripture was fulfilled, which saith, And he was numbered with the transgressors. 29 And they that passed by railed on him, wagging their heads, and saying, Ah, thou that destroyest the temple, and buildest it in three days, 30 Save thyself, and come down from the cross. 31 Likewise also the chief priests mocking said among themselves with the scribes, He saved others; himself he cannot save. 32 Let Christ the King of Israel descend now from the cross, that we may see and believe. And they that were crucified with him reviled him.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version