Open de Bijbel

Job 2:4-7
NBV 4 Hierop zei Satan: 'Zijn leven is hem alles waard. Daarvoor geeft hij zijn hele bezit. 5 Maar als u uw hand naar hem uitstrekt en zijn lichaam aantast, zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.' 6 Toen zei de HEER tegen Satan: 'Goed, doe met hem wat je wilt, maar spaar zijn leven.' 7 Hierop vertrok Satan en overdekte Job van voetzool tot kruin met kwaadaardige zweren. Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
SV 4 Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven. 5 Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen! 6 En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand, doch verschoon zijn leven. 7 Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV 4 And Satan answered the LORD, and said, Skin for skin, yea, all that a man hath will he give for his life. 5 But put forth thine hand now, and touch his bone and his flesh, and he will curse thee to thy face. 6 And the LORD said unto Satan, Behold, he is in thine hand; but save his life. 7 So went Satan forth from the presence of the LORD, and smote Job with sore boils from the sole of his foot unto his crown.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version